Astrid Madsen (Gemeente Rotterdam): “Het hebben van een warmte infrastructuur kan bedrijven helpen te komen tot een betere concurrentiepositie”

In de gemeente Rotterdam ontstond al in de Tweede Wereldoorlog een plan voor stadsverwarming. Nog altijd bouwt Rotterdam deels voort op dit netwerk, maar het ontplooit ook diverse nieuwe initiatieven op warmtegebied, waaronder de Nieuwe Warmteweg.
Omdat we benieuwd zijn naar de ontwikkelingen in Rotterdam, interviewden we Astrid Madsen, adviseur Programma Duurzaam binnen de gemeente Rotterdam.


Stelling: We kunnen in Nederland niet zonder een warmte infrastructuur

“Inderdaad. Van de totale energievraag in Nederland is een kleine 40% een warmtevraag. Het is logisch hier aandacht voor te hebben. Overigens als een van de beschikbare oplossingen; we hebben een zeer grote opgave in NL die we niet met 1 type maatregel kunnen oplossen. Aandacht voor elektriciteit (verbruik en opwekking) is dus ook noodzakelijk.

Steden groeien en de verwachting is dat dit niet zal stoppen. Bestaande bouw heeft een vervangingssnelheid van 1 %. Ofwel na 100 jaar is alles vernieuwd. In stedelijk gebied is dit – zo weten we kijkend naar bijvoorbeeld Amsterdam en Utrecht – niet de realiteit, het gaat soms langzamer. Het is dus logisch om na te gaan hoe de totale fossiele energie vraag van deze bestaande bouw zo effectief mogelijk kan afnemen. Dit kan door het uitvoeren van gebouw gebonden maatregelen. Echter is het volledig voorkomen van fossiel energieverbruik in deze gebouwen zeer duur, met name de laatste stap (hoge kosten tav de baten). Met gebiedsmaatregelen, zoals een warmtenet, kan deze laatste stap efficiënter (goedkoper) plaatsvinden.

Daarnaast kan het hebben van een warmte infrastructuur bedrijven helpen te komen tot een betere concurrentie positie. Een van de conclusies van de ” World Energy Outlook 2013″ is dat er grote regionale prijsverschillen in energie blijven, die de economische ontwikkelingen bei¨nvloeden; energie-efficiency is in die competitie een belangrijk antwoord.”

Stelling: We vergeten nog te vaak de klant centraal te stellen

“Ik denk dat het goed is hier meer aandacht voor te hebben. Een warmteinfrastructuur kan alleen werken als aanbod EN vraag op elkaar zijn afgestemd. Ofwel zonder vraag (van de klant) is een warmtenet niet haalbaar.

Het gaat hier om twee zaken, 1. de daadwerkelijke klant bedienen en ja dat kan beter. Hoewel bijvoorbeeld Purmerend mi een voorbeeld is waar dit veel aandacht krijgt. en 2. het imago / gevoel.”

Hoe maken we warmte aantrekkelijker voor de eindafnemers?

“Samengevat komt het er op neer dat aansluiting op het warmtenet aantrekkelijk moet zijn. Dit vertaalt zich in:

  • Kosten die lager zijn dan de alternatieven, en/of keuze vrijheid (hierbij kan bijvoorbeeld een klant kiezen om meer te betalen voor duurzaamheid).
  • Hoge bedrijfszekerheid,
  • Laag (veiligheids)risico
  • Mogelijkheid tot innovatie (in kunnen spelen op toekomstige ontwikkelingen en uitvindingen) * duurzaam ( deze voordelen moeten duidelijk en transparant zijn (denk hier aan verminderde afhankelijkheid fossiele brandstoffen, lagere CO2 en NOx uitstoot).

Daarnaast (en dat is essentieel) moet er het vertrouwen zijn dat ook in de toekomst aan deze voorwaarden zal worden voldaan.

En nu komt het mooie, warmtenetten voldoen hier grotendeels aan. Met name bedrijfszekerheid, laag risico en duurzaamheid, maar ook als het gaat om innovatie dan is er zeker veel mogelijk, kijk bijvoorbeeld naar landen als Denemarken en Zweden.

Het kosten verhaal is ingewikkeld, maar vooral door dat er nu geen level playing field is en de meetlat die alle alternatieven gelijkwaardig meet nog niet overal toegepast wordt.

De grootste uitdaging zit niet in het voldoen aan de voorwaarden, het is het inzichtelijk maken dat het zo is aan de klant EN het opbouwen van vertrouwen dat dit een toekomst bestendige en betrouwbare oplossing is.”

Hoe ziet de energie infrastructuur van de toekomst er volgens u uit?

“Ik heb geen glazenbol en dat weet ik niet. Toen in de jaren 70 met grote vaart het gasnet werd aangelegd was dat onder andere vanuit de gedachte om nog zoveel mogelijk ” geld’ uit eigen gasbronnen te halen voordat kernenergie de hele energie wereld zou overnemen. Dit is – weten we nu – niet uitgekomen. Ik ga me dus niet aan toekomst voorspellingen wagen. Wel kan ik aangeven wat mi met de kennis van nu de logische weg vooruit lijkt.

In de industrie is vraag naar hoogwaardige brandstoffen die hoge temperaturen kunnen bereiken, voor deze industrie moeten de fossiele brandstoffen (zoals gas) worden gereserveerd. Het verwarmen van verblijfsruimten en tapwater kan met veel lagere temperaturen, waaronder de restwarmte uit de industrie (die anders geloosd zou worden). Het is niet meer dan logisch om efficiënter met onze bronnen om te gaan. We kopen toch ook geen vers brood voor de varkens en eenden, als we oud brood op de plank hebben liggen? Dat is wat we nu doen, vers brood gebruiken – elke dag – en het oude brood wordt ongebruikt weggegooid.

Het warmtenet van de toekomst verbindt vraag (bebouwing mn stedelijk gebied en glastuinbouw) aan het aanbod van warmte (restwarmte uit industrie en geothermie). Het warmtenet is een rotonde waarop meerdere aanbieders van warmte, warmte kunnen leveren.

De eindgebruiker wordt – financieel – aangemoedigd zijn/haar eigen installatie zodanig in te regelen dat de retourwarmte zo laag mogelijk is. Hiermee wordt de warmte zo optimaal mogelijk gebruikt, er blijft dus weinig restwarmte over.
Het “open net” biedt mogelijkheden voor meerdere aanbieders, en zorgt voor een zo laag mogelijke prijs. Warmte is concurrerend.”


Nationaal Warmte Congres – 6 november – Nijmegen

Astrid Madsen is één van de sprekers van het Nationaal Warmte Congres. Tijdens dit congres staan de strategische en operationele vraagstukken centraal om de mogelijkheden van warmte optimaal te benutten. Meer informatie vindt u op de website van het Nationaal Warmte Congres.

Over euroforum

Euroforum is marktleider op het gebied van congressen, opleidingen en trainingen voor professionals en managers bij bedrijven, overheden en non-profit organisaties

Bekijk ook

Webinar: Duurzame Gebiedsontwikkeling; hoe gaan we verder in 2020?

Duurzame Gebiedsontwikkeling; hoe gaan we verder in 2020? Woensdag 20 mei 10.00 – 11.00 uur  …

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *